Koffie en camembert, rituelen van mijn grootvader.

Camembert en koffie, een verse boterham. Een dun laagje boter. Het is vier uur en tijd om tot de zinnen te komen. Het is tijd om gewoon – aan tafel – met iedereen – in stilte – te eten. Materie tot je te nemen.

En ook al zijn de tijden intussen veranderd en is het nu nodig om de koffie van toen te vervangen door fairtrade om hetzelfde centrerende effect te bereiken en ook al slurp je de koffie met bruine rietsuiker dat naar hier werd gebracht door mensen die er net als hij toen – voor werkten om het leven beter te maken, het originele ritueel, de camembert met koffie, is hetzelfde gebleven.

Ik zat er vragend naar te kijken. Als kind. Een kwarteeuw terug.

Toen was alles nog creatie. Toen was het bouwen aan het leven. Het Leven met een grote L. Het was een gemeenschappelijk iets. Het ging over breien om een trui te maken. Het ging over spitten om de aardappelen te rooien. En het brood kwam van het graan, op het einde van de straat, op de akker links. En niemand die het had over zijn eigen wereld. Er was er maar één. Dat was toen.

Nu zit ik kilometers en jaren verder. En camembert en koffie eet en drink ik. Maar mijn zintuigen nemen me direct terug in de tijd. Waar mijn grootvader koffie zit te slurpen, in plekken met de eerste pastel-kleuren die nog vaag sporen hadden van sepia tijden. Ik zie hem knikken en in stilte weet hij dat ik het later begrijpen zou. Dat ik zijn gedachte wel zou oppikken. Net als dit idee nu. Wat je leest.

Hij pakt het stuk camembert in een haast symbolische beweging en knikt instemmend nu hij hoort dat we weer vrienden willen zijn met die fransen. De geneugtes van het genot kunnen nooit boven leed, zegt hij. En denkt wat vertwijfeld bij een term als eerlijke koffie.

Hij kijkt met een schuine blik naar beneden in de richting van mijn grootmoeder. Ze pelt een nektarine. Met een handdoek op de schoot in de zetel. Een scherp oranjig mesje. Op de achtergrond het venster op de tuin. Met drie grote dennenbomen. Ze zit daar waar ze altijd zit. Oma eet fruit, zegt hij. Dat is gezond. Ik staarde haar aan en in een vlaag begreep ik dat dit moment nooit voorbij zou gaan. Dat deze plek voor eeuwig daar  zo zou blijven. Aan haar rechterkant, het schilderij van de boom. Rotsvast in de tijd.

Mijn grootvader hoest. Het rochelt een beetje. Hij had jaren gerookt. Maar oma haar kommetje met feloranje bloemetjes ligt intussen al vol met de schillen. De vrucht lijkt gepeld.  Het goede zachtjes gescheiden van dat wat achter moet blijven. “Hier,” zegt ze, “je moet eens proeven.” En de smaak brengt me naar hemelse oorden.

Ik kijk naar haar gezicht, gerimpeld en verouderd. Vanuit haar wezen straalt een lieve zachtheid. Een kleur en een geluid van een intense stilte. Ze glimlacht.

In haar ogen zie ik de hele kosmos.
Zij draagt me mee.

Ik krijg een rilling door mijn lijf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s