“Soaring through the Sky…”

Het is hier fascinerend. Het is nu 18u. ’s avonds, om en bij de 30 graden, en zit gehurkt in een kamer met zalmkleurige verf op de muren, rechts van me zijn open ramen met tralies die zicht hebben op een overwoekerde tuin waar vogels en sprinkhanen de toon van de valavond inzetten. Binnen draaien 3 vaalwitte plafondventilators, gaat een Bollywoodtoon van een mobiel af en staan meisjes in felkleurige sari’s hun tekst voor te bereiden. Een zware mannenstem leidt statig het stuk in het Marathi in en het spel breekt los.

Op de spelvloer schreeuwen twee bloedschone meisjes zich te pletter. Het echoot en ketst af tegen de kile vloer die eerder deze week al de ondergrond was voor de ketsende voetendans van hun geliefde Marathi folkdansen. Tempeldans, daar lijkt het op. En allesbehalve makkelijk voor een West-Europeaantje die deze temperaturen en houdingen nooit in zijn lijf ervaarde.

Arme weduwen spelen ze op de vloer. Vrouwen in de goot van de maatschappij. In hun ogen en lijven voel je een tergende pijn die smeekt om verandering. Het spel raakt me aan, want dit beeld zie je overal verspreid in deze stad. In dit hele land. In hun vaderland waar ze zo trots op zijn. Gandhi, Ganesha en 5 andere guru’s waken over deze toneelklas. Hun portretten scheef aan de muur gespijkerd.

Het gehuil zwelt aan op de vloer. De schreeuwen in deze Marathi-taal gaan door merg en been. En ook al heeft het veel weg van een tergend melodrama dat net over de top lijkt, iedereen zit hier gekluisterd te volgen. Dit leed is deel van hun elke dag. Dit wordt gevoeld.

De deur naar het binnenplein gaat open. Intussen is het pikdonker buiten. Stralen van de maan vallen binnen op de vloer en een koele bries waait door deze kamer. Er valt een stilte.

Straks mag ik ook de vloer op. Ik speel de kwaadaardige huiseigenaar die zijn geld komt incasseren en – ook al zijn dit mijn eerste zinnen Marathi – ik voel me thuis in deze omgeving. Echte familie bestaat. Waar je ook gaat.

“Soaring through the sky”, heet dit stuk. Een stuk dat hoop wil geven, maken. Een stuk dat mogelijkheden zoekt om uit deze impasses te geraken. Siukanta staat rechtop en poneert haar monoloog. In haar ogen is een fel licht te zien. Vooruitzicht. Visie. Hoop. Ja… dit is iets goeds.

Later zou ze me vertellen over haar werk bij Unicef en hoe ze door haar dorp werd onbegrepen. Samen met de organisatie had ze een team bij elkaar gekregen om het hele dorp na de aardbevingen van 2003 eindelijk weer eens van basishygiene te voorzien:  ze zouden de eerste toiletten bouwen. Helaas – omdat ze een meisje was – en omdat toiletten in hun ogen geen economische vooruitgang bewerkstelligde – en waar haalde ze het lef vandaan om in de ogen van God het dorp van haar vader te bekritiseren? Jaren heeft ze gepoogd hen op andere gedachtes te brengen. Zonder veel succes.

Nu studeert ze voor theatermaker. Schrijft haar stukkken over het dagelijkse leed en speelt de pijnen uit. Het bewustzijn van de mensen hier veranderen lijkt de eerste prioriteit vooraleer het echt essentiele kan of mag gebeuren…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s