pj. ∞ your timing is perfect

En ik hoor: het zal tekenen worden. Schilderen en geloven. Het zal breien worden. Puzzelen en alles samenstellen zoals de mogelijkheden zich voordoen. Het is beginnen bij het begin. Het is verdergaan dan het einde. Het is blijvend leven en groeien, als een verhaal dat zijn begin koos voor het begon. Het is van stap tot stap. Van tijd tot tijd. Van nu tot eeuwig. Want die hemel waarvan je dromen gaat, die bestaat:

Rozen in de tuin. Van die rode. Klein beetje buigen om langs het poortje, niet door de doorns geprikt te worden. Statig bewaakt het de toegang tot de ziel van mijn tuin. Alles leeft er. De klimplanten klimmen sidderend omhoog en huizen vogelnestje met nog-net-niet-uitgebroedde eitjes. De kat laat ze links liggen en verkiest ’s avonds de mat voor  de open haard. De balken piepen en ademen bij iedere stap die ik op de open zolder verzet. Ik ben thuis, zie ik. Thuis.

Kasten vol kleuurrijke boeken, heerlijke zetels, en een prachtig open raam op het zuiden. Altijd zonneschijn. Altijd stralend. Ik strek me uit en geniet van iedere cel in mijn lijf.

Het was nog jaren te gaan, maar ik had duidelijke visioenen over hoe het eruit zou zien. De oude serre zou nog elk jaar overgroeien met in de herfst bruinwordende hoppe, de gebruikelijke gasten die heel vaak over de vloer kwamen, zouden versteld staan van de wonderlijke pracht die de natuur er hier van maakte. Het meest nog waren ze gefascineerd door het aura van de oude appelboom. Hij stond er nu al meer dan 100 jaar en bleef blaken in een wonderlijke schittering. De tuin van eerder. Daar had ik voor gestreden. De boom van de kennis werd sierlijk verlicht door jarenlange dromen.

“Je bent er” zei hij zacht. “Je bent aangekomen. Al een eeuw. En zonder zoeken kom je er. Ohm.”

Ik lachte vriendelijk terug en in een wink toonde de boom mij de mogelijkheden van een toekomst. Bij iedere liefdesvonk straalde hij in perspectieven terug. Ik zag vandaag. Mezelf deze tekst schrijvend.

“Hoe kom je erbij?” zei ik, statig in mijn zelfbeeld turend, “hoe kom je erbij niet meer te zoeken?”  Op dat moment scheen de verlichting door mijn armen naar mijn kruin en wat ik zag was volle leegte. Vormelijke perfectie zonder strijd. Eindeloze stilte zonder wenen. En toch is er  een baby. Een kind. Bruine ogen. Als zijn vader. Van die kijkers die beloven dat verderzetting gegarandeerd is. Van die ogen die nu al snappen dat dit gezang eeuwig stromen zal.

Mijn vriend pakt hem in zijn armen en zegt iets met zijn liefde. Hij kijkt me aan: “Stil nou. Je bent er al.” En ik knik.

In de verte hoor ik een traktor het hooi omgooien. Een kraai krast en door het zijvenster wuift de toverhazelaar de winden in een ritme. We zingen mee.

(Deze teksten zijn van nu. Gemaakt in Utrecht. Opgetekend in een waas van verademing. Verwacht door zichzelf. Hij – later in tijd. En ik blijf mezelf vertellen dat zonde zinnig is. Dat de zinnen missen zinloos is. Het zijn vooruitzichten van meerdere mensen. Het zijn visies. Het zijn beelden. Dit is de toekomst die mij verwacht. En omdat ze leven zal – wordt dit ook waarheid.)

Sarah. Dochter van Atlas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s