Kunst als wereldoverbrugging

Op dit moment in mijn leven, 26 jaar en twintig over tien op een zonnige uitnodigende lenteavond probeer ik – na acht maand kunststudie – voor mezelf uit te maken wat kunst nu weldegelijk is. Ik sloeg er boeken op na, ik had er ontelbare discussies over, dacht en reflecteerde, bekeek BBC-reeksen, dook in geschiedenisboeken, had gesprekken met filosofen-in-spe, schilders, zelfs conducteurs, ik ging het bomen vragen, ging antwoorden in kerken zoeken, in parkjes vol stralende mensen, dromerige bibliotheken en hippe muziekwinkels en probeerde een antwoord uit mijn gitaar te tokkelen. Ik kwam onderweg vele mooie idealen tegen. Ik ontdekte hele grote en mooie verwoordingen, ontdekte de meest gerafffineerde verkoopstunts, liep bijna weg van te complexe ideeën en werd triest bij te grote vereenvoudigingen. Zelf wist ik dat ik zou ontdekken dat het belangrijk en levensnoodzakelijk was, alleen kon ik het antwoord nergens vinden.

Ik formuleerde stellingen. Ging in aanval. Nieuwe vragen rezen. Ik zocht nieuwe antwoorden. Dacht in functie van een maatschappij, dacht in functie van leidinggevenden, dacht als losstaand individu dat creëert, dacht als nieuweling met vreemde ogen en probeerde als mezelf te denken. Ik reisde van het primitieve aap-zijn naar de hoofden van geleerden, zocht het ergens tussen haat en liefde, en vond het allemaal. Allemaal wat er staat. Dit werd een eerste conclusie:

“Kunst kent geen kaders. Kunst is anarchie. Kunst is durven loslaten en een doel voor ogen houden. Kunst is daarom keuzes maken en er naar handelen. Consequent zijn. Kunst is bewust omgaan met omgeving en materiaal, is durven toegeven. Het is zwak zijn, mens zijn, het is weten dat iedereen kunstenaar kan zijn. En om kunst in alle vrijheid te kunnen maken, je eerst de vrijheid moet leren geven. Het is een wisselwerking tussen individu en omgeving. Het werkt in alle richtingen.”

Het allerbelangrijkste heb ik geleerd op school zelf. In ettelijke ateliers waarin gestreden werd, voor ideeën gevochten en waar ideeën losgelaten werden. Waar ideeën elkaar bevruchtten tot een nieuw idee of elkaar oppeuzelden tot een ruïne of een slagveld. De processen waren voor mij – als persoon – onnoemelijk rijk, maar ook hard en confronterend. Dat het zin had voor mij was duidelijk. Maar dat het zin had voor anderen – dat moest ik nog ervaren. Tot ik het volgende las.

“What I have said about art worlds can be said about any kind of social world, when put more generally; ways of talking about art, generalized, are ways of talking about society and social process generally.”

Ik ging iets verder met de gedachte en ging mensen met de vraag bestoken hoe zij over kunst dachten. Vaak sloot hun uitdrukking hierover dicht aan bij hun wereldbeeld. Heel vaak kon je antwoorden situeren in een bepaalde tijd en ruimte uit de geschiedenis. In hun antwoord kon je ook vaak zien welke rol zij in de geschiedenis zouden opnemen bij de uitvoering van hun plannen. En dat maakte voor mij het summum.

“It is a space of creative energy that is a shelter where people try to understand a world in which we are all material, spiritually, elbow-to-elbow interdependent.”

Ik ontdekte in levenssituaties (of in maakprocessen) dat ik onbewust met fascisme te maken had. Ik ontdekte in mijzelf en anderen een rol als fuhrer of als gemartelde. Ik herkende in mezelf en anderen Christusfiguren, moederfiguren, dokters, heksen, koningen en slaven. Lieve professoren en gelijkgestemden. Het was telkens een zoeken naar de juiste keuzes. De geschiedenis had mij geleerd dat het doel niet de middelen heiligt. De geschiedenis had mij geleerd dat vrijheid eindigt daar waar je vrijheid neemt. Verhalen hadden mij verteld over Kamelot, die begon aan een ronde tafel. Ik bevond me de ene keer in Middeleeuwse alchemistenkelders, later vocht ik met de grote kapitalistische machinale octopus, en werd ik tot Pinokkio-marionet heen en weer gezwierd in de hoop me te bevrijden van mijn eigen leugens.

“I suggest that whatever the concertino of the artist, whether individualistic expert in emotions, virtuose performer, role player in an instutitional microworld, or alienated pawn buffeted by broad and interacting with those forces. In other words, just as art is a social-historical construction, so is the artist.”

Mijn laatste poging kunst te vertalen tot iets woordelijks is dus dit: kunst wordt gemaakt door hen die leven. Artificiële intelligentie (intelligentie opgeleid om ingezet te worden in een specifiek veld) die poogt kunst te maken, zal er slechts in slagen storingen, nieuwe connecties, nieuwe samenstellingen te maken aan de hand van vooropgestelde stromingen, afspraken of regels, met al dan niet een toevalscoëfficiënt. Maar tot een geboorte van kunst, komt het niet. Leven doet dat wel. Omdat het levende minds zich niet laten inzetten omdat ze hun hogere doel in het geheel begrijpen. Leven maakt en creëert omdat dat zijn/haar doel is (en ziet alle beperkingen van leven als een beperking van zichzelf). Een geboorte van een kunstwerk is daardoor voor de kunstenaar bijna altijd noodzakelijk. Het draagt de zaadjes en drijfveren van vuur, van overlevering. Het is een levensvolle besmetting van het leven om hem heen.

Systemen zullen niet bepalen hoe het leven vorm krijgt. Leven doet dat wel.

Kunst is daarom een viering van vrijheid. (En vaak ook het streven ernaar (nog altijd))

“Works of art, on the contrary, are not closed, self-contained and transcendent entities, but are the product of specific historica practices on the part of identifiable social groups in given conditiën, and therefore bear the imprint of the ideas, values and conditiën of existence of those groups, and their representatives in particular artists.”

Het drukt uit – tussen de regels – dat onafhankelijkheid de allereerste basis is om je mensheid te kunnen beleven. Het is iets dat zeer sterk spreekt door het werk (een grand opera) van de Stomme van Portici. Niet alleen het werk is opmerkeljk, maar vooral de situatie waarin het opgevoerd werd en het effect dat ervan uitging is ongeëvenaard:

Brussel. 25 augustus 1830. In de Muntschouwburg in het centrum van de stad verzamelt de burgerij zich voor het vieren van de 59e verjaardag van koning Willem I, het zou een avondje sociale contacten onderhouden worden, tijdens het bespreken van ‘cultuur’. Er wordt namelijk de grand opera, `de Stomme van Portici` – van de Franse toondichter Daniel Francois Esprit Auber op een libretto

van August Eugene Scribe, gebaseerd op een tekst van Germain Delavigne – opgevoerd. Het brengt de gemoederen van het publiek zeer sterk aan het bewegen, want op het moment dat de aria – op de tonen van de Franse Marseillaise – aan de woorden “Amour sacré de la patrie,
Rends-nous l’audace et la fierté! 
A mon pays je dois la vie. Il me devra sa liberté!” slaat de vonk over in het publiek. De thematiek over de vrijheidsstrijd van de Napolitanen en gaf aanleiding tot een nacht van hevige rellen in de binnenstad tegen de gezagsgetrouwe instanties. De anti-Hollandse rellen breiden zich uit over het gehele land en na een korte strijd werd in de nacht van 26 of 27 september Belgie onafhankelijk verklaard. Een zin scheidde een land.

De reden dat ik dit voorbeeld neem is duidelijk. Door hier nu – enkele maanden – ‘kunst’ te studeren, ondervond ik lijfelijk nog de gevolgen van die evolutie. In ateliers en groepsprocessen werd heel vaak duidelijk dat er een zeer eigen Nederlandse stroming bestaat. En dat het als individu – met een andere culturele achtergrond (gebouwd op andere filosofieën) – er vaak op aankwam tussen ruis, storingen en culturele verschillen een brugweg proberen te zoeken. Het is beseffen dat de Nederlandse cultuur niet afgestemd is op de Belgische. Het is begrijpen dat in de meeste communicatie het er nog omgaat om culturele verschillen weg te werken. Ik doorleefde de geschiedenis van mijn land door geconfronteerd te worden met keuzes. Ik herkende in mezelf onlogische gedachtepatronen, gecreëerd door mijn geschiedenis, ik herkende in anderen onlogische gedachtepatronen, gecreëerd door hun geschiedenis. Door met kunst bezig te zijn ervaar ik alsof ik door de hele geschiedenis van de wereld heen reis en daar ook zelf met dezelfde keuzes geconfronteerd word, in de hoop de betere verbindingen te maken. Velen dromen van een gecultiveerde anarchie. Toch zijn er die zich de vraag stellen: “hoe zou dat werken?” Daarop kan slechts 1 antwoord gegeven worden: het zou niet werken, “het” zou leven.

In die zin is kunst telkens opnieuw en opnieuw scheppend bezig. En het effect is groter dan je dacht. En wie zich de vraag zou stellen waar dat effect zich dan manifesteert, die zoekt nog maar even verder.

One thought on “Kunst als wereldoverbrugging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s