All One. Alone.

Oerknal. Intelligent Design.
Levensboom. God.
Om het even wat.
Hemels. Hellen.
Planeten. Roodkapje. (En Dewulf)

”Mooie theorieën allemaal. Mooie verhalen,’
zei de vos, “maar de passie is er niet.”

Die van de heksen lag me het meest, werkte goed.
Heerlijk het vuur aan de schenen te leggen van het gepeupel.
En ze zien branden. Knetterde alsof mijn meid het haardvuur aanstak.
(Ze bukte zich voorover, nam een houtje, en haar slipje schoot omhoog.)

Zo was het tot die tijd altijd gegaan. Ik hoefde maar te vertellen van de wolf,
en meteen stoefden ze de deur uit. Vond ik geweldig. Maar ik had de oplossing.
Zo zei ik. “Ik weet hoe het beter kan.”

Vervolgens stamelde ik iets over de nieuwe revolutie, over aura’s en natuur (ik weet dat iedereen dat leuk vind) en hoe fantastisch die toekomst wel is. En hoe je die zómaar kan bereiken. Als je als mens de juiste keuzes neemt. “‘Het einde van de wereld is nabij,” kermde ik. En er is maar één uitgang. Doen zoals ik.

Verder zei ik ook: ‘geld’, ‘televisie’ en ‘cultuur’ zijn des duivels. Die zijn slecht. Want ze worden allemaal gemanipuleerd door een en datzelfde ding. Door de hogepriesters van de banken. Zo verloor je je geloof in alles waar je tot dusverre zeker van was. En je maakte jezelf met de grond gelijk.  (Niet dom. Zo bleek pas later.)

Als toemaatje liet ik je nog weten dat boeken er niet te doen, en dat jij álles wist wat je wou. Ik lachte vriendelijk. Ik deed je wankelen op je benen, maar ik bood jou de liefde aan. Ik zei: “vertrouw die wereld daarbuiten niet… bij mij is het veilig”.

En je leed. Je had pijn. En ik vertelde je hoe dat kwam…
Dat kwam door je erge verleden, jongen! Jij vuile homo.
Je beseft toch dat dát de oorzaak van je leiden nu is?
Het is tegen de natuur. Tegen jezelf. En dat keert zich nu.

En je zweeg. Je zocht naar antwoorden. Je streefde. En je zag.
Je leerde vooral. (Alleen van mij.)

”Dankjewel,” lachtte ik. ”Hij is van mij.” Door hem te breken waar
hij zeker van was, was hij weer niets. En de enige zekerheid die bestond,
was wat ik hem vertelde. Waterdicht. Toch?

En bovendien – dat vrijheid verdient dient te worden met geld weggeven.
Met ontzonden. Met bevrijden. Met uitdelen aan hen die te weinig hebben.

En weet je – heel toevallig – had ik oh-zo-weinig.
En een schuld tot in de verte. Tot overmorgen zelfs.

EN TOEN GING JE LOPEN.
JE VLUCHTTE VAN HET BEDRUG.
EN JE VOCHT NIET TERUG.

Maar ik bleef achter.
Met niets anders dan mijn vuile theorieën.
Met een afvalberg vol schulden.
En een schuldgevoel als bergen.
En ik dácht namelijk iets gewonnen te hebben.
Maar het omgekeerde was waar
.

Want hij die me hielp. Die kreeg het.

Niet het geld. Maar alles wat ik wist.
Mijn connecties. Mijn verbindingen.
Mijn wereld.

Hij dacht dat geld was wat status bepaalde,
en niet natuur.

Hij dacht dat schoonheid leidde,
en niet dat wat straalt.

Dat dácht hij.
Para Deus. Langs god.

Het Atlantis.
Zion. Het licht.
Zelfs de hel.
Zelfs de realiteit.

Het is wat we denken. Dát zullen we zien.
Kies goed. Het is een keuze die je zelf maakt.
En de consequenties zal je dragen.

Pure realiteit bestaat.
Maar is helaas gelogen.

Niemand kijkt hetzelfde.
Niemand ziet hetzelfde.
Elk stelt zelf samen.
(Bouw je mee?)

Ruimte. Oerknal. Grote boem. Vanuit niets.
Het niets reageerde met het niets.
Maar het iets reageerde niet.

Het gaat levend verder.

Zo wordt elke min een plus.

Plus.
(En dat is zoveel meer.)